Bron: www.maartenluther.com
Geloofd zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons vanwege Zijn grote barmhartigheid wedergeboren heeft tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de dood, tot een onvergankelijke en onbevlekte en onverwelkelijke erfenis, die weggelegd is in de hemel, voor u, die door Gods macht, door het geloof bewaard wordt tot de zaligheid, die bereid is om geopenbaard te worden in de laatste tijd, waarin u zich zult verblijden – u, die nu een korte tijd, indien het nodig is, bedroefd bent door menigerlei aanvechtingen’ (1 Petrus 1:3 vv, weergave DB 1545).
Daarmee wil hij zeggen: als u een christen bent en de erfenis, dat is de zaligheid, verwacht, dan moet u zich alleen hieraan houden en al het andere op aarde verachten. Namelijk u moet belijden dat alle wijsheid, verstand en heiligheid van deze wereld niets is. Dat zal de wereld niet kunnen verdragen. Daarom kunt u verwachten dat men u zal veroordelen en vervolgen. Op deze manier vat de apostel Petrus het geloof, de hoop en het heilige kruis tezamen, want het ene volgt op het andere. Maar hij laat het daarbij niet blijven. Hij geeft ons ook troost voor het geval dat het nodig is dat we lijden en vervolgd worden: ‘Uw droefheid zal slechts een korte tijd duren, daarna zult u zich verblijden, want de zaligheid is reeds voor u bereid, daarom, wees geduldig in uw lijden.’
Dit is ook de goede christelijke troost, zoals apostelen gewoon zijn te troosten, niet zoals de wereld troost, die niets anders zoekt dan bevrijding van uitwendig ongeluk. ‘Ik spreek niet over zichtbare troost’ – zegt hij – ‘want het zal u geen schade doen dat u uitwendig ongeluk moet dragen. Heb goede moed, en houd u aan deze eeuwige troost.
Denk ook niet dat u hier op aarde van het ongeluk bevrijd zult worden. Zó moet u denken: mijn erfenis is al bereid en nabij. Het is slechts om een korte tijd te doen, want dit lijden moet spoedig ophouden.’ Op deze manier moet u de tijdelijke troost vergeten, namelijk door die te vergelijken met de eeuwige troost, die we in God hebben.