Bron: Artikel van professor dr. A. de Reuver in het Reformatorisch Dagblad van 25 november 2014.
(hier slechts gedeeltelijk overgenomen!)
Er zijn auteurs van wie de naam garant staat voor een goed product. De Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer (1906- 1945) is een van hen. Hij leefde wat hij schreef.
Wie met zijn biografie bekend is, zal dat beamen. Hij was een diepgelovige, fijnbesnaarde en hoogbegaafde theoloog, met een onvoorwaardelijke overgave aan zijn roeping en een grote afkeer van het kwaad. Bonhoeffer bekocht zijn verzet tegen de demonie van de Gestapo met zijn leven. Enkele dagen voor het eind van de Tweede Wereldoorlog werd hij omgebracht. Hij liet een indrukwekkend oeuvre na, waaronder twee juweeltjes die onlangs opnieuw in Nederlandse vertaling op de markt zijn gebracht: ”Gemeenschapsleven” en ”Gebedenboek van de Bijbel. Een inleiding in de Psalmen”. Dat beide geschriften in één band met de titel ”Verborgen omgang” zijn samengebracht, onderstreept hun innerlijke samenhang.
Genadegift
Het eerste wat Bonhoeffer onder de aandacht brengt, is dat het een bijzonder geschenk van Boven is als een christenmens de gemeenschap met medechristenen ten deel valt. „Het wordt gemakkelijk vergeten dat de gemeenschap met de broeders een genadegift is uit het Rijk van God, een geschenk dat ons elke dag ontnomen kan worden. Misschien duurt het nog maar een korte tijd voordat wij eenzaam zullen zijn.” Men proeft de dreiging van de terreur. Bonhoeffer heeft doordacht en vooral doorleefd hoe rijk het is als broeders elkaar vanuit de gemeenschap aan Christus herkennen en inspireren.
Praktisch en pastoraal beschrijft hij hoe een dag in het leven van de broederschap verloopt. De ochtend zet de toon. Het gloren van het licht herinnert aan de verrijzenis. We roepen ons die morgen voor de geest waarop Christus duivel, dood en zonde overwon, aan nacht en duisternis voorbij. „Wat weten wij, mensen van vandaag, die de angst en het ontzag voor de nacht niet meer kennen, nog af van de grote blijdschap van onze voorvaderen en van de oude christenheid over de terugkeer van het licht in de morgen?” Iedere ochtend noopt ons tot verwondering. De eerste gedachte en het eerste woord van elke nieuwe dag behoren dan ook aan God toe. Wij zoeken Hem in de dageraad, zoals de psalm ons leert. Het begin van de dag moet niet in beslag genomen worden door de zorgen over het dagelijks werk. De nieuwe dag staat veeleer in het teken van „het Woord van de Schrift, het lied van de kerk en het gebed van de gemeenschap.”
Kloostertraditie
Speciaal het psalmgebed neemt hier een voorname plaats in. Het psalter is vanouds de school van het gebed. Wie de psalmen bidt, is in goed gezelschap. Niet alleen van de psalmisten, maar vooral van Christus, Die de psalmen bad tot op het kruis. In het spoor van een eeuwenoude kloostertraditie en in de geest van Luther is dit psalmgebed voor
Bonhoeffer verstrengeld met Schriftlezing en overdenking. Hij pleit ervoor om niet te volstaan met een enkele dagtekst, hoe waardevol die ook kan zijn, maar om „tamelijk lange gedeelten uit het Oude en het Nieuwe Testament” te lezen. De actualiteit en vitaliteit van de Heilige Schrift lijden voor hem geen twijfel. Wie mag verstaan wat erin geschreven staat, wordt uit zijn eigen bestaan getild en geplaatst midden in de geschiedenis van God op aarde, zoals de Bijbel ons die verhaalt. „Daar heeft God aan ons gewerkt en daar werkt Hij nog aan ons, aan onze noden en zonden, door toorn en genade.”
Bonhoeffer vertolkt hier de kostbare gedachte dat echte Schriftlezing ons gelijktijdig maakt met het verre verleden dat daarin beschreven wordt. De afstand van ruimte en tijd wordt door Woord en Geest overbrugd. Wat zich daar en toen voltrok, gaat mij hier en heden aan. Ons heil ligt werkelijk buiten onszelf. Het ligt niet in onze eigen levensgeschiedenis, maar in de geschiedenis die God schreef en die in Christus tot vervulling kwam.